VDMA- en EUnited Cleaning-directeur Peter Hug over opleiding, diversiteit, vrouwen in de techniek en de noodzaak van datagedreven schoonmaak.
Peter Hug begon zijn loopbaan in 1993 bij VDMA, de Duitse machinebouwfederatie, en werd later directeur van de Duitse vereniging van schoonmaakmachinefabrikanten én van EUnited Cleaning. De exportgerichte machinebranche boeit hem het meest. Samen met ontwikkelingsagentschap GIZ startte hij scholen voor schoonmakers in India, waar al meer dan 20.000 jongeren werden opgeleid.
Werken in diverse teams is volgens Hug verrijkend, niet alleen qua gender, maar ook qua leeftijd, achtergrond en ervaring. In het Indiase programma startte hij een traject voor empowerment van vrouwen uit kwetsbare wijken. Omdat reizen op vroege of late tijden gevaarlijk bleek, werd het bedrijf ook een sterke voorstander van schoonmaken overdag.
Op branchebijeenkomsten ontmoet Hug nog altijd meer mannen dan vrouwen; techniek lijkt jonge mannen meer aan te spreken. Hij hoopt dat duurzaamheid een onderwerp wordt dat vrouwen aantrekt. VDMA ontwikkelde een green cleaning-label en prestatienormen die het schoonmaakresultaat afzetten tegen het verbruik van energie, water en chemicaliën.
Volgens Hug moet de branche meer naar prestatie kijken in plaats van naar het aantal mensen. ‘Schoonmaken vindt plaats in een ecosysteem vol sensoren en informatie. Die bestaande data kunnen we gebruiken om processen efficiënter te maken.’ Goede opleiding blijft daarbij essentieel: geschoolde mensen zijn productiever, leveren betere resultaten en zijn gemotiveerder.



